Ongrijpbare geuren

 Ongewassen oude kleren hebben een heel bepaalde geur, die ze met elkaar lijken te delen. Er is geen woord voor die geur, zoals je ook niet kunt beschrijven hoe een merel zingt.

 De onbenoembaarheid van zintuiglijke indrukken keert steeds weer in het boekje 'De taal van smaak' van Reinier Spreen. De wereld van de onbenoembaarheid ligt naast die van de taal.

De stapels oude kleren die een huurder achterliet in mijn benedenkamer roken niet naar hem. Ze roken naar oude kleren. Een algemene geur, zoals die van vuilnis. Welke vuilniszak je ook openmaakt, je komt hem tegen. Maar hoe noem je hem?

'Denk maar eens aan iemand die je goed kent,' zegt Spreen, 'je ziet hem of haar duidelijk voor je en je zou hem zelfs in een grote menigte herkennen. Goed, maar probeer hem nu eens te beschrijven. Dat gaat niet. Zelfs met een heel beperkt teken­talent zou je nog een veel overtuigender portret op papier zetten.'

Woorden schieten niet alleen tekort, ze gaan met hun onderwerp op de loop. Er ontstaat onder het puntje van de schrijfpen een parallel u­niversum.