Ontbijt

 Ik werd 's-ochtends wakker van ongeoefende groepszang, met bijvoorbeeld 'Komt nu met zang van zoete tonen en ons met snarenspel verblijdt'. Dat was de groep van de week die altijd eerst moest zingen voor ze hun ontbijt - met de glazen schaaltjes gele jam - kregen opgediend door meisjes in verpleegstersschorten uit het dorp, die gewoonlijk Annie, Jannie en Hannie heetten. Moe waren ze, de fabrieksarbeiders, na een nacht vol kussengevechten op hun stapelbedden.

 De keuken in het souterrain was hun paradijs, waar ik een eigen stoeltje had, naast het robuuste kolenfornuis. En toekeek hoe ze van afstand kwakken jam uit de reuzenblikken in de op­gehouden glazen schaaltjes mikten!

 De jam kwam naderbij toen bij het stationnetje een wagon ontspoorde van de fabriek van Schut - waar ze behalve papier ook verpakkingen maakten voor bv. Prodent tubes - die vol etiketten van de jamfabriek van Flipje Tiel bleek te zitten. Etiketten waarop onderaan bonnetjes met punten stonden afgedrukt, die je moest verzamelen om de albums te krijgen waar de 'strips' van het vrolijke 'fruitbaasje', juf Schaap en Jasper Aap stonden.

Ze woeien over de rails. Heel de dorpsjeugd grabbelde ze bijeen.

Het symbool van de Volkshogeschool-beweging kwam uit Scandinavië en was de klokkenstoel, een houten stellage waarin de kerkklok hing als er geen geld was voor een stenen toren. Houtbewerking was hoe dan ook een sacrale bezigheid, net als de volksdans.

Dat drong pas goed tot me door toen er een Deense autobus het grint opreed waar een gezelschap schrikaanjagend geklede volksmuzikanten uitstapte dat onmiddellijk begon te musiceren en arm in arm te dansen in hun witte kousen.

Annie, Jannie en Hannie keken verbluft toe. Ik niet minder.