Oom Kees

 Foto's heb ik niet van Oom Kees. Wie wel? Zijn enige zoon Willem sneuvelde in 1940 onder Dordrecht, waar het regiment wielrijders Duitse parachutisten moest vangen. Geen opvolger op de boerderij. Uit woede is Kees Bierens nooit meer naar de kerk geweest, omdat 'onze lieve heer zich niet aan de afspraak had gehouden'.

 Mij ontving hij toen ik twaalf geworden was en in zijn ogen een man, in de mooie kamer, met m'n vader. Bood me eerst een sigaar en daarna een jenever aan. En vroeg 'En wat wil je later worden.' Ik zei 'architect'.

 'Ah dus geen schoolmeester zoals je vader. Daar zit geen verdienste in.' 

Er volgde een middagmaal met een emmertje verse boter. Eieren moesten van dezelfde dag zijn, dat proefde hij. Tante Mien had haar stoeltje op het achterstraatje met uitzicht op het prieel, dat nog bestaat, maar waar ze nooit zaten. Tante Mien zweeg, met een klein lachje. 's Middags mocht ik gier uitrijden op een trekker.

 Kees weigerde als enige het elektra toen dat over de Kettingdijk werd aangelegd. Op de Kettingshoeve liep alles op accu's, zelfs de stofzuiger. Hij werkte door, met meesterknecht Maris.

 Op z'n 80ste pensioneerde hij zich en kocht een huis in het stadje Tholen. Maar bleef elke dag om zes uur opstaan om Maris op z'n vingers te kijken. Na een jaar ging hij terug.

 Op z'n 87ste slipte oom Kees met z'n brommer over de rails van het goederenspoor van de RTM. Hij heeft nog een paar weken in het ziekenhuis de boel bij elkaar gevloekt voor hij stierf.

 Verhalen zijn er vele, het mooiste vond ik de oogst. Met Belgische seizoensarbeiders, de nacht door. Binnenhalen voor de regen, op een dieet van brandewijn en oliebollen.

 En dan dat over de buren aan de andere kant van de polder waar hij tot laat lichtjes zag branden: 'Sukkela­demelk drinken, eierkoeken eten en tot tien uren opzitten.'