Oost en west

 Soms verlaat ik een museum met een merkwaardig goed humeur. Levensgeesten zijn gewekt. En heel de omgeving komt tot leven. Zo liep ik zaterdag door Amstelveen na het zien van het werk van de negen Ch­inezen.

 Oud-Amstelveen met Chinese ogen. De bermbegroeiing met die van Li Rui, ook de vogels. Voor de Chinezen was Amsterdam nieuw, op een Chinese manier.

 Ze bezochten musea, wandelden bij nacht en zagen kerkhoven. Verbaasden zich over blauwe ogen en bruine cafés.

 Ze zagen wat reizigers uit vorige eeuwen ook al opviel: de netheid, de piekfijn in grachtengroen geschilderde huizen. De helderheid.

 En zo vliegt een engel langs de Westerkerk.

 Zhang Jing schreef in zijn schetsboek: 'We hebben geen herinnering aan het klassieke. 'Klassieke' schilderijen staan in boeken of op computerschermen met lang en saai commentaar. We wisten niet hoe ze er echt uitzagen. Op zoek naar deze 'bekende' vreemdheid, raak ik gefascineerd door moderne transformatie van deze klassieke thema's. Er schijnt communicatie te zijn tussen het klassieke en het eigentijdse, het westen en het oosten. Misverstand onvermijdelijk, maar 'de waarheid' bestond, in het proces van scheppend schilderen.'