Pailletten, Posen, Puderdosen

 De poederdoos van mijn moeder was een wonder, ook omdat hij zelden werd gebruikt. Na het zien van de tentoonstelling van jaren '20-mode in Berlijn heb ik een beeld van de vrouwen achter de hoedjes. Ze kijken verlaten, licht wanhopig soms. Dat komt, leer ik, omdat er kort na de Eerste Wereldoorlog weinig mannen meer over waren. Kostwinners of minnaars waren moeilijk te vinden. De poederdoos! Je moest er goed uitzien als je uit dansen ging. Misschien is de ongenaakbare blik van mannequins een erfenis uit die tijd. 

 Er komt een 'nieuw vrouwentype': de 'Nachkriegsberlinerin'. Make‑up op straat werd normaal: poeder, rouge, lipstick, oogschaduw en mascara, die namen droegen als Rêve d'or of Tabu.

 Vrouwen emancipatie is zo moeilijk niet, dat bleek na de Eerste wereldoorlog in Berlijn en na de Tweede in Londen. Als de meeste mannen afwezig zijn of dood, gebeurt het. Extravagantie uit Frankrijk, in 1925 de Art Deco tentoonstelling in Parijs met Sonia Delaunay en Natalie Goncharova

 Uiterlijke verschijning geeft zelfvertrouwen. Op eigen benen. Breken met de conventies van het moedertje of de gechaperonneerde dochter. Alleen naar het danscafé, als burgermeisje, voor het eerst. Achter het stuur van een auto, roken, seks.

 En de mode: korte, praktische kleren. De Bubikopf, met pony, die de blik direct naar de ogen stuurt. Weg alle moeite van corsetten, eindeloos uitgekamd lang haar.  Filmsterren als voorbeeld (zwartomrande ogen).

 Emancipatie gaat samen met cosmetica, parfum en make-up. En dat is geen tegenstelling. De poederdoos, het symbool en dan je schminken in het openbaar.  Uiterlijk, onmisbaar in de strijd om het bestaan, denk aan Jean Rhys. 

 Op verpakkingen en flesjes zie je art nouveau, de art déco. De koninklijke kleuren, blauw en goud. Het korset kan weg, er komt elastisch ondergoed. De borsten kunnen weg, de billen ook. En dan wordt de rok korter en volgt de uitvinding van het vrouwenbeen.