Vanmiddag in het Maurishuis gezien tussen doeken uit de collectie van het Engelse vorstenhuis: dit schilderij van de Hagenaar Godfried Schalcken (1643‑1706). Een jongeman zit verdwaasd temidden van een gezelschap merendeels giechelende meiden.
Ze spelen een spel genaamd 'Vrouwtje kom ten hoof' (1686). Begin 18de eeuw schreef kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken er over zodat bekend is dat de zittende, half ontklede man Schalcken zelf is en dat hij dit spel vaak met zijn vrienden speelde.
Een vrouwtje komt aan het hof. En dan?
De spelregels zijn verloren gegaan, maar de vrouwen lijken hier de mannen de baas, net als in de liefde, zegt het bijschrift. Schalcken kijkt ons nadrukkelijk aan en haalt berustend zijn schouders op.
Wat een schilder! Volgens Houbraken was hij alleen al met het gordijn een maand bezig geweest. Koning George IV kocht het. In 1827 vond een criticus het te onfatsoenlijk om te bespreken.
Zou het een vorm van pandverbeuren zijn? De regel is oeroud. Je zet iets in en als je in het spel verliest ben je het kwijt. Het kan ook bij stukjes en beetjes.
Geld? Kledingstukken? Is dit een vroege variant van strippoker?