Sinds de kaalslag die Halbe Zijlstra in de kunsten aanrichtte zag ik schijnbaar strijdige ontwikkelingen in de musea: van gemeentewege dure nieuwe gebouwen met vooral veel horeca en leuk voor de kinderen. Met daarnaast een vermagerend kunstaanbod.
Doe meer met minder geld! En dus het gokken op blockbusters, het verlengen van tentonstellingen, en de eigen collecties weer eens oppoetsen en met nieuwe ogen bekijken. Aan de Stijl komt nooit een eind.
En dan de laatste noodrem: de verzamelaar. Overal doemden ze op, van Singer tot Boijmans en nu kom ik in het zo opzienbarend programmerende Alkmaars Stedelijk na de Noordhollandse Picasso's, Van Everdingen en Van der Heck opeens 'De passie van verzamelaar Wim Selderbeek' tegen?
Wie? Passie? Deze autodealer en zakenman in wild en gevogelte kocht in de jaren ’20 en ’30 zo'n 350 stukken van Leo Gestel, Jan Sluijters en Charley Toorop plus wat mindere goden uit Bergen.
Goddank hoeft deze zakenman niet op televisie want hij stierf in 1963.
Zijn passie - het meest versleten woord van deze dagen - was kopen en verkopen, wild, auto's, onder het motto 'Keep selling'. En als hobby kocht hij schilderijen. Hij handelde er niet in. Wat hij kocht is wat in zijn tijd voor de hand lag. En dan wel tweede keus, op een paar toevalstreffers na. Er spreekt geen enkele eigen idee uit.
Ik vermoed dat de ambitieuze beleidsmakers in Alkmaar uit wraak zijn luxe Ford tussen de doeken hebben gezet. Ga kijken, Zijlstra.