Paul Rodenko (1920-1976)

 Woonde zijn laatste twintig jaren in Zutphen, waar ik eerder opgroeide. Hij maakte in 1954 de fameuze bundel 'Nieuwe grif­fels schone leien', waarin de avant-garde werd voorgesteld. Op 3 februari as. om 13.30 wordt een herdruk feestelijk gepresenteerd door vele dichters in de Zutphense Broederenkerk annex bibliotheek. Ik gedenk mijn stadgenoot, die eerder ook in Den Haag woonde, getuige dit, uit zijn bundel 'Orensnijder, tulpensnijder':

 'Den Haag: stad van aluinen winden en pleinen./ Winden als pleinen zo wijd./ Pleinen rustig als een grote handpalm/ van de grote openheid./ Reigerlijk zijn er de vrouwen, lang en toch lieflijk;/ kuis staan zij aan parken, karyatiden van zonlicht,/ en lieflijk gaan zij desmiddags: antiektakkend uurwerk./ Zuidelijker later en lynxer, heupruisender; bemerk nu haar ogen:/ een klein ballet, speelkaarten, vuurwerk.

 Trager de mannen,/ meer ingetogen. Hun handen zijn blauw als water,/ hun handen zijn als strakke blauwe winden./ Zo vinden zij daaglijks

Ruim zijn de dagen en toch zeer menselijk, gedempt-rumoerig./ Maar de nachten zijn stil en oplettend:/ hoe zuiver schaakt de maan in het plantsoen!'

Tags: