Halfrust is een dichtbundel met gespitste oren als die van een liggend dier. Zo legt ze het uit. Op een erf. Maar in werkelijkheid, lees ik, in een flat op het Utrechtse Kanaleneiland, waar Pisa opgroeide.
Veel taferelen in ziekenhuizen, inrichtingen. De hoofdpersoon verpleegt: '...in het bloed stroomt mijn diploma / ik ben de avonddienst'. Een titel: 'Het paviljoen drukt zich in peuken uit'. Of de titel is het nummer op een polsbandje, als 696814BH92:
'Koppel haar aan mij vanavond / ik ben een aantal dagen vrij geweest / bovendien lijkt ze op iemand die ik ken'
Korte strofen, die treffend neerzetten waar we zijn en waar het om gaat, al wordt het laatste woord nergens over gesproken. Pisa heeft een heel eigen manier om gewaarwordingen, menselijke betrekkingen en omgevingen aan te duiden.
'...hij had mij niet aangekeken / sleutelde aan zijn lichaamstaal / pas toen mijn jas was uitgegleden en / als een vijver op de grond uiteen viel / keek hij op...'
Ze kan de lezer moeiteloos verplaatsen in willekeurig welke levensfase of situatie. Alles heel lijflijk. Dit heet 'Kom nu maar terug':
'Als je naar me toekomt neem dan geen bloemen
maar het kopstuk van een treinstel mee..
het deel dat jou heeft weggemaakt
ik wil het aaien
draag je okergele bandplooibroek
doop je benen in het hoge water
druk de kuiltjes in je wangen terug
draai ons eiland op
heel veel is inmiddels weg
maar mijn ouders leven nog
Ik sta nog altijd voor het raam
klaar om het penseel in de kleur van je ogen
te dopen en je aan te stippen
Mijn moeder heeft een stroopwafel voor je apart gelegd'