Gisteren kwam ik bij Der Struwwelpeter/Piet de Smeerpoets (1866), de bundel zelf geïllustreerde, hardhandige gedichtjes voor kinderen van Heinrich Hoffmann.
Waarin bij nagelbijters vingers worden afgeknipt en ook meisjes niet worden gespaard. De kleine Pauline speelt met zwavelstokjes, ofwel lucifers. En eindigt as een rokend hoopje as, waarnaast alleen haar rode schoentjes zijn blijven staan.
Maar wegdromen was ook zondig. De mooiste vind ik de dromerige jongen die bij een wallekant aangekomen zo in gedachten verzonken is dat hij wel de fatale stap moet zetten en verdrinkt, nagekeken door drie vissen.
Bij niet-gezeglijke kinderen helpt alleen een harde aanpak. Dat wisten de gebroeders Grimm al, zoals te zien is in het Grimm-museumpje in Kassel.
Er is zelfs een illegale editie van de Struwwel-Hitler geweest.