Het sneeuwt in Amsterdam en ik denk aan Peter Popster. Hij wil niet meer zo heten, hoewel er in Amsterdam nog mensen rondlopen die fronsen als je die naam noemt. Ik zocht een zanger, we zochten allemaal een zanger. Begon je een bandje dan kwam je vroeg of laat bij het zangprobleem terecht. 'Zware shag roken', technische probeersels. Niets hielp. Hollandse jongens laten klinken als Little Richard lukt niet
En dus repeteerde je met geniale gitaristen. Virtuoze keyboards mannen, funky bassisten en slagwerkers. Maar zonder zangstem. Koortje erachter dan maar.
Tot ik rond 1970 van Peter Popster hoorde. Hij stond dagelijks voor zijn brood in de galerij van de stadsschouwburg. Ik ging erheen, het sneeuwde. En hoorde hem van ver al heel het rock'n roll repertoire zingen. Van Long tall Sally tot Tutti Frutti. Loeihard, en nog zuiver ook. Met alleen een slaggitaartje bij hem. Ik gooide geld in z'n hoed en hoorde dat hij een Australische emigrantenzoon was die naar het land van zijn ouders was teruggekeerd. In Australië was hij de double van Jesus Christ Super Star geweest.
Hij wilde maar een ding een wereldberoemde popster worden. En dat droeg hij uit. Daarom heette hij al vlug Peter Popster. BIjna elke dag kwam hij bij me langs met wat hij dacht dat een geheide tophit was: 'Wim this is a hit!
Zanger bij onze band? De jongens werden gek van hem.
Hij woont weer in Australië, speelt op cruises en heet geen Peter Popster meer.
Soms stuurt ie me een opname.