Wat Pop Art me in de jaren '63 tot pakweg '68 leerde was hoe het dagelijks leven draaglijk te maken.
Zo maakte ik een visite aan mijn tante Bella in Honselersdijk in gedachten tot een happening. Ik koesterde de asbak in de vorm van een vis die ze voor me neerzette. Dit was niet meer de erker van mijn tante, dit was de Wereld van Peter Stuyvesant: 'Leef met plezier, rook met plezier.' Een happening. Kunst was overal, als je maar keek. Elk gevonden beeld telde. Opeens waren de door mijn vader verfoeide strips van belang.
Daar belandde ik door de tentoonstelling POP ART in het Nijmeegse Valkhof, waar Europese Pop Art te zien is, met veel mij onbekende Duitsers, Fransen en Belgen. Anders dan de Amerikaanse: persoonlijker, poëtischer, vol kleine grapjes. Neem dit doek van de Haarlemmer Alphons Freijmuth: Suske en Wiske en de onverbeterlijke jampotsnoeper (1965).