Elk jaar naar Italië. En dat wel in april of mei. Ik heb het vele jaren gedaan. In Italië is het immers altijd mooi weer. Kijk maar naar de plaatjes, terwijl het Nederlandse voorjaar in de oude tijden onverdraaglijk was.
En dan kwam je de Simplon over of de Grote Sint Bernhard en het regende. En je vroeg het, en ze zeiden 'La primavera, sempre tempo brutto.'
Ze stoken ook niet. In de cafés sterf je het af.
Ik ben in Pisa in een luxe hotel aan de Arno. Oud maar koud. Lig met mijn schoenen aan in bed onder een gestikte deken die ik ronddwalend door de gangen midden in de nacht in een oude muurkast nog heb gevonden. Niet genoeg. Zelfs het vloerkleed heb ik nog als extra deken ingezet.
En nu dan de mondkapjes. En studenten die met briefjes aan Milanese deuren aanbieden boodschappen te doen.
'Povere Italia.' Italië zal altijd het meest getroffen land zijn. De mondkapjes zijn welkom. Ze bevestigen het noodlot waarop Berlusconi, Beppe Grillo, de Lega voortdrijven, zoals Mussolini het al deed. Godweet waarheen. Vanouds gaat het om de voorstelling. Premier Conte stelt een shocktherapie voor, maar hij is demissionair en een slechte clown.
Wie zal zich de mondkapjes-voorstelling toeeigenen?