Ik maak notities over mijn eerste studiejaar in Amsterdam (1962-1963). Zoals naar school gaan een unieke kans biedt leraren te bestuderen, hun zenuwtrekjes, hun spraakgebreken, zo laat een studie je zien wat een professor is. Zoals A.J.P Tammes, die Internationale Betrekkingen doceerde en daarbij gedichten schreef als J.C.Noordstar.
'Toen ik een kleine jongen was
ging ik 's avonds liggen tussen de koude lakens.
Mijn bed was groot en wijd als de wereldzee,
daar lag ik lekker als een opgerolde slak.
Maar later werd mijn lichaam groter en harder,
en wanneer ik nu mijn benen strek
dan slaat mijn hoofd tegen de planken.
O, ja wanneer je groter wordt
stoot je je hoofd tegen de beddeplank.'
(uit 'De Zwanen en andere gedichten', 1930)
Veel vreemde namen gebruikte hij in zijn colleges. Noemde hij de tweede naam van Stalin, Vissarionovitsj dan vroeg er altijd een toehoorster 'hoe spelt u dat professor' en zei hij 'precies zoals je het zegt mevrouw.'
De jurist A.D. Belinfante - een man die uit pure deftigheid sprak van 'motten' en 'maggen' was er vaak niet - zoals hij aankondigde 'dan mot ik weer het verkeer gaan regelen in Parijs'. Daarmee aangevend dat hij in een internationale commissie zat die de Europese verkeersregels coördineerde. En de politicoloog Lucas van der Land, die in Reve's De Avonden voorkwam, en vaak in een katerslaap viel, waarna zijn assistent het college over Hobbes overnam.