Ravage (2)

 Rampologie, bestaat die tak van ja wat? Vanmiddag hier in het M-Museum in Leuven bij de tentoonstelling Ravage zwierf ik tussen kunst, geschiedenis en propaganda. Alles naar aanleiding van 1914 en wat België en Leuven trof in dat jaar. 

 Oorlog, verwoestingen, kunst. Het onderwerp Ravage wordt in zijn volle breedte, wereldwijd, door de eeuwen beetgepakt. Door kunstenaars. Wat kan een individu met rampspoed die hele volkeren treft?

 Universele mensen als Primo Levi zijn schaars. Blijft over verslaggeving. Afbeeldingen van branden, doden en puinhopen. Wat je noemt aanklachten. Twee gevallen van cultureel terrorisme treffen doel: de pulp-versie - Arabisch verpakkingsspul, oa. Lipton theezakjes - van de Babylonische triomfboog van de Amerikaan Michael Rakowitz. Rond 1900 door de Duitsers gepikt en meegevoerd naar het Pergamon Museum in Berlijn, waar ik hem zag. En de collectie door Israel her en der gestolen historische Palestijnse documenten. Stiekem gefotografeerd in Jeruzalem en prachtig, ook door de stempels van culturele instellingen overal in het Midden-Oosten.

 Mijn eigen oorlog is hier niet. Die bestond uit een – in 1946 - onwaken temidden van zonnige puinhopen in Zutphen, waar ik opgewekt speelde in de kelders van de verwoeste huizen van de buren. Puin en kind zijn elkaars natuurlijke bondgenoten. Je ziet er wel eens wat van in films over de Westbank.