Remco’s vader

 Veel Remco Campert, op televisie, in boekwinkels. Wij deden veel radio, zodat ik nogal wat Campert-momenten meedraag. Zoals dit. Ik kom elke dinsdag bij hem langs om een verhaaltje op te nemen voor een zomerprogramma. Ik bel aan op de Alexander Boersstraat. Als er niet wordt opengedaan is de deur nog op slot en komt Remco de trap af om te zeggen dat er geen ver­haaltje is. Als hij opendoet is er een verhaaltje en kunnen we opnemen. Zover onze wekelijkse routine. Maar dan.

 Op een avond in ik schat 1985 wordt er gebeld, het is Remco, die nooit belt. Als er iets moet bel ik hem en krijg zijn versleten antwoordapparaat: 'Ja, ik zit met iets moeilijks. Ik moet geïnterviewd worden. Door die eh.. Wim Kayzer. En die wil het over mijn vader hebben. En dat vind ik een beetje eng.'

 Het vader-verhaal lag moeilijk bij Remco, zoveel wist ik. Hij had er nog nauwelijks in het openbaar over gepraat. 

'En nou wilde ik vragen, zou je misschien morgenavond bij me langs kunnen komen, dan komt hij namelijk.'

 En zo zat ik de volgende avond op de Alexander Boersstraat aan de rechthoekige tafel, naast Remco, met Wim Kayzer en zijn recorder tegenover ons. Toen Wim Kayzer zijn recorder startte pakte Remco mijn linker hand vast, die onder de tafel op mijn knie lag. Telkens als het gesprek over zijn vader ging kneep hij me in mijn hand. Dat bleef hij doen, elke keer als het daar over ging.

 Wim Kayzer heeft er niets van gemerkt. Het werd een goed inter­view.