Renaissance

 Het nieuwe nummer van Kunstschrift bracht me naar het Italië dat ik in de jaren '60 en '70 bereisde met altijd haperende R4's, zodat ik meer weet van Italiaanse garages van toen dan van de Renaissance.

 Van het drinkwater in Mantova, dat zo slecht was en vol chloor dat je er een fles mineraal bij kreeg om je tanden te poetsen. Van nachten zo koud dat je wel in paleizen sliep, maar met je schoe­nen aan en het vloerkleed over de dekens.

 Ferrara en Mantova - maar ook Milaan en Urbino - en hun vorsten­huizen komen uitvoerig aan bod. Waar oorlogvoeren niet alleen gebeurde op het slagveld, maar door de vorstinnen tegelijk ook in aankleding, opsmuk en het werk van hofschilders. Kunst was politiek. 'La bella figura' heet het nog steeds. Hitler verkeek zich totaal op de show die Mussolini voor hem opvoerde.

 Ik had geluk toen ik het paleis van Isabella d'Este (1474-1539) in Mantova bezocht om de Mantegna's te zien. Alle luiken en ramen waren voor een keertje geopend, daglicht drong binnen voor een grote schoonmaak. Zo zag ik de Camera degli sposi waar bv. iedereen omlaag kijkt naar het echtelijk bed.

 In het Palazzo Schifanoia in Ferrara, het lustslot van de Este's, zag ik de fresco's met de maanden van het jaar waarop te zien is hoe de families met elkaar omgingen, elkaar de ogen uitstaken en voordelige huwelijken arrangeerden.

 Spannend in dit nummer is ook wat Sara van Dijk schrijft over de ontmoetingen als die tussen Isabella d'Este en Lucrezia Borgia, Waarbij Isabella door spionnen liet uitvissen wat de ander voor - zeer kostbare, met juwelen bezette - kleren zou dragen.