Vanmiddag verzonken in het 'innerlijk theater' van de Schotse schilder Robert Nicol. Het roept de reizen van Gulliver bij me op. Minuscule figuren zijn in uitgestrekte landschappen bezig met wat eruit ziet als grootse werken. Een enorm ijsblok optakelen bijvoorbeeld, dat je gaandeweg ziet smelten.
Bijna Sisyfus' rotsblok dat de berg op moet. Er zijn veel scenes die marteling suggereren. Maar de kracht van Nicol ligt in z'n ondoorgrondelijkheid. Hij geeft je net genoeg om aan het tobben te slaan. En laat je dan in het ongewisse. Een kunst op zichzelf, die van het ophouden met een verhaal, juist op het punt waar ik als kijker denk dat ik iets beet heb.
Terwijl ik zeker weet dat hij ieder schilderij haarfijn kan uitleggen. Maar dat doet hij niet. Hij bespeelt mijn hoofdbrekens.
Er ligt een man - een gevangene? - met sneeuwschoenen in een soort duikboot. Hij krijgt iets toegediend, door medici, maar wat? Galgen aan de muren waaraan lampions hangen. Deksels van doodskisten met inscripties erop liggen verspreid de vloer. Een kooi. Kalasjnikovs tegen de muur.
Nicols werk herinnert aan de vroege Michael Borremans. De zelfde zin voor theater, al is hier meer dreiging. Maar allebei vertellen verhalen. Ook komische. Verderop wordt een hamburger door 'dragers' als een dode naar een fles ketchup gebracht.
En een mooi sluitstuk dat ook al Robert Crumb oproept is de levende plee, met als kop een pleerol, die met twee brillen zwaait.
Robert Nicol studeerde in Glasgow. Maakt ook tekeningen, beeldjes. Noemt zich 'illustrator', maar van wat? Ga kijken bij Galerie Maurits van der Laar in Den Haag.