Roos van Rijswijk verzamelt internationale 'verhalen van geesten'. Dat begon zo: haar nuchtere grootmoeder vertelde eens 'dat ze op een nacht haar buurman in de gang tegen was gekomen. De volgende dag kwam ze erachter dat dit onmogelijk was: hij bleek die nacht te zijn overleden.' In de haar bijlage bij Tijdschrift Terras vind ik dit, uit Seoul (Zuid-Korea):
'Rondom, rondom, een cirkel is de eeuwigheid./ Het pand is een kokerpand: rondom, rondom liggen de zieken krom te slapen.
Ik doodde de tijd en overbodigheid door me in een/ droom tot een bal te draaien/ gewrichten hoeken neus in navel./ Om mijn bed de eindigheid door witjassen/ bevochten.
(Kleffe rijst en natte kool, verzonken groenten/ en bouillon)
En de maan beschijnt de ronde binnenplaats als/ de tijd mij eindelijk. En de maan bleekt, holt, koelt, ik sta en drijf/ rondom, rondom, de gangen door, de cirkel/ is een eeuwigheid.
Dit is waar ik blijf: waar mijn huid een ander/ voelde. Waar warme handen naalden waar/ strenge handen wasten,/ waar handen, handen, handen./ Ik ben een dode man. Ik ben gelukkig/ Geen familie zat er rond mijn nest, de zusters moesten extra lopen./ Ik was een rijk en moeilijk mens. Ze liepen,/ rond, rond, terwijl om hen heen de doden/ slopen.
En nu ik: rondom, rondom de ether-eeuwigheid./ De fenolfinale, het lysol- en alcoholnirwana./ Het lichte doorschijnlijf zo oud als bij verlaten./ Een spookzak medicijnen zet de achtervolging in./ Ik ben hier niet alleen gestorven; traag/ word ik met de anderen vervlochten.'