Spreek uit 'Pieps', zeggen generaties. Was een held van de 'tweede rij' in mijn vaders boekenkast, die zulke brede planken had dat achter de eerste rij een tweede kon schuilgaan. Daar vond je de boeken waar 'wat in stond'.
Fanny Hill, 'The naked and the dead' van Mailer, Frank Harris, Henry Miller, nogal wat Amerikaanse, op de Avati-covers gekocht met een bruin vloeipapieren kaftje van importfirma Van Gelderen er omheen. Want er waren veel heren met hoeden en tweede planken waarvan niemand hoefde te weten.
Een vaste aanwezige op veel vaderplanken was Samuel Pepys. De naar het heette vrijmoedige dagboeken van de Engelse diplomaat uit onze Gouden Eeuw, die ook Den Haag bezocht.
Ik las ze als ik ziek op mijn vaders studeerkamer werd gelegd. Koorts en boeken 'waar wat in stond' zijn sindsdien verbonden. Nu is er een nieuwe vertaling door Robbert-Jan Henkes van de dagboeken van Pepys. En eigenlijk 'staat er weinig in'. Als je heel lang bladert kom je bij deels met Spaanse of Franse woorden geschreven passages (1668) als deze. Deb is een dienstbode:
'... na het eten laat ik mijn haar kammen door Deb, wat me het grootste verdriet heeft bezorgd dat ik ooit op deze wereld heb meegemaakt; want mijn vrouw kwam plotseling naar boven en vond me in omhelzing met het meisje con mijn hand sub su rokken en inderdaad zat ik met mijn main in haar poesje. Ik wist absoluut niet wat ik moest doen en het meisje ook niet; en ik probeerde het weg te wuiven, maar mijn vrouw was sprakeloos en werd boos, en toen ze haar stem terugvond, raakte ze geheel buiten zichzelf (...).'
De echtelijke ruzie die volgt duurt vele, vele dagen. Beschreven alsof het gisteren was. Maar 'gebeuren' doet er weinig. Pepys is een meester in huiselijkheden.