In de kinderboeken die mijn grootvader naliet - veel kruistochten, winterse kou, Chr. van Abcoude en Joh. Braakensiek en vooral het jongetje dat aan een schaatswedstrijd moest meedoen om een pond reuzel te winnen voor zijn moeder - was het nog winter. Wat reuzel was? Rijkdom, vet.
Winteravonden begonnen als de schemering inviel. Een vreemd verschijnsel. Ik denk dat Johan Cruyff en Sjaak Swart ook nog in de schemering hebben leren straatvoetballen in het halfdonker.
Erg moeilijk, vooral met een tennisbal. Je ziet de bal nauwelijks aankomen, hij duikt plotseling op uit het duister. En dan?
Lastig was ook de bal over de stoeprand heenkrijgen. Je klemt hem tussen beide schoenen en wipt hem omhoog.
Soms zoek ik nog op straatmuurtjes getekende clubdoelen. Een getekend doel met daarin met krijt de naam van de club van de buurt: VUC, LENS (het katholieke Lenig en snel), Laakkwartier, VCS of ADO, dat in alle jeugdafdelingen won.
Verdwenen.