Schrijfmachine

 Nog pasgeleden had ik contact met een zoon van de werkster en vriendin van mijn moeder, die zich 'juffrouw Molewijk' noemde. Mevrouw dat was mijn moeder. Maar vriendinnen waren ze. Er werden brieven geschreven. En ook larter, na de verhuizing kwam juffrouw Molewijk op bezoek.

 De werkster is van veel vrouwen haar beste vriendin. Haar man. Eef was reparateur en onderhoudstechnicus van de schrijfmachines, bij verschillende bedrijven.

 Op een dag besloot mijn vader dat hij moest leren typen. Eef kreeg de opdracht op de uitgezochte tweedehands L.C.Smith & Co - met lint in twee kleuren - alle ontbrekende leestekens te monteren, de accentcirconflex, de accent grave, en natuurlijk de umlaut.

 Na twee, deels schriftelijke lessen gaf mijn vader het typen op. En de machine verhuisde stilletjes naar mijn kamer, waar ik er in acht carbon-doorslagen mijn eigen krantje op maakte.

 Juffrouw Molewijk was erg dik. Ze hield van eten. Als ze 's middags de boterham meeat kon ze met gretigheid vertellen hoe ze alleen thuis voor zich zelf soms aardappelen kookte en die dan opat met veel jus.

 'Ja, ik vind het zo lekker he'.

 Nog feestelijker waren de avonden in huize Molewijk in Loosduinen, als werd besloten 'nog wat te halen'. Dat konden moo­rko­ppen zijn, tompoezen of wat ook. Het dee me goed haar zoon te spreken. Er ging van de familie Molewijk iets bevrijdends uit, waarvoor het woordje 'halen' stond.