Hoe gaat een heer over straat? Nu omgangsvormen en wellevendheid door de algemene verruwing een onderwerp zijn sloeg ik dit boekje uit 1733 er op na. Uit mijn raam zie ik uit op het tegenoverliggend trottoir waar voetgangers zich op de vreemdste manieren voortspoeden.
'Silly walks' bij de vleet. Vooroverhellend, de buik naar voren, opzij zwiepende benen. In 1733 was het advies radicaal: een heer loopt niet:
'Een eerlijk Man moet langs de straten niet loopen: deze haastigheid is niet goed als voor Knechten en geringe Menschen, maar voor geen Heeren van aanzien: 't is ook niet zeer betamelyk, dat men na zynen adem hijgt. Men moet mede zo langzaam niet gaan, noch zo wandelen gelijk een Vrouw of een Bruid. Daar zijn 'er die met zekeren gemaakten zwier gaan, en met al te grote beweging, 't welk gants onaangenaam is. Anderen hebben de armen hangende, slingeren de handen gints en weder, alsof zij zaayen wilden. Sommigen langs de straten gaande, zien de andere Menschen zo sterk aan, als of zy iets wonderlyks en ongemeens omtrent haar bemerkten. Sommigen heffen de voeten om hoog als een Paard dat bevreesd is: men zou zeggen dat zij altyd de benen uit een tobbe willen halen. (...)
Kortom, een Heer gaat te paard over straat of met een karos.
Auteur onbekend. Uitgegeven door Jacob Graal, Boekverkooper op de Leytse-straat, tusschen de Heere- en Keyzers-Gragt.