Slapen

 Nooit sliep ik zo mooi droomrijk als mijn nachten in Chiog­gia en Padua. Beide keren achter het trainingsveld van de plaatselijke voetbalclubs. Eerst keek ik langdurig naar de training bij lamplicht, daarna sliep ik in bij de stemmen van trainers en spelers. En de geluiden van de bal.

 Chioggia ligt aan het andere uiteinde van de Venetiaanse lagune. In de cafés vind je vissers. In Padua zat ik aan de rand van het ronde beeldenplein, niet ver van de tombe van de heilige Antonius, waar een overvloed aan dankgeschenken ligt uitgestald: 'Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik mijn ring terugvind.'

 Waarachter de oudste hortus van Europa, waar juist de Victoria Regia bloeide.

 De Prato delle Valle, zoals het plein heet waaraan het hotel lag is een ovaal met een dubbele rij beelden rond een gracht, met in het midden een eiland. Het bestaat al sinds de Romeinen en de middeleeuwen. Eerst als militair oefenterrein. Daarna werd het een marktplein. Een soort Malieveld. Het uiterlijk van nu werd bedacht in 1775.

 Het trainingsveld van Padova, die momenteel in de Serie C spelen, ligt daar weer achter, bij de villa waar ik sliep.