Een Middeleeuwse grafzerk uit Angers brengt de ontroering van slijtage. Die teruggaat op het gebruik je als welgestelde in de kerk te laten begraven.
Zo'n plaats kostte niet alleen geld, je werd ook geroken. Wie daar lag hoorde tot de 'rijke stinkers'. Geuren vervluchtigen. Veel langzamer gaat de slijtage van hardsteen, al wordt die belopen door vele kerkgangers.
Dit echtpaar is er in de eeuwen mooier op geworden. Schoonheid op het randje van verdwijning.
Ik lees over de dreigende verdwijning van de oude boekenpaleizen van De Slegte en fantaseer over het in de loop van eeuwen plat lopen van boeken. Zo zou Kafka's Amerika eerst onhoudbaar mooi worden alvorens te verschimmen.
Lof der slijtage. Ik heb aanblik en geur van nieuwe boeken en kleren altijd slecht kunnen verdragen. In kleding rukt 'vintage' op. Moge ook de vintage literatuur zich verheffen. Ze stinkt al, vaag en zuur. We zagen het. Alle schoonheid begint met stank.