Snoepjes

 Italië herstelt zich. Ik denk aan de olijfpluk in Calabrië. Wat ging met machines die de stam van een olijfboom omklemden en dan schudden, tot een regen van rijpe olijven naar beneden kwam, waar plastic zeilen lagen uitgespreid om ze op te vangen.

 Ging mijn vriendin het dorp in om vlees te kopen, dan leerde zij dat er kalfsvlees was als de slager de kop van het geslachte kalf buiten aan een spijker op de deur had gehangen, bij wijze van uithangbord.

 Nu weet ik ook waar die zak zo sterk riekende Calabrische citro­enen van­daan kwam, die ik in mijn R4 had meegebracht. Het was wis­selgeld.

 Dat kwam zo, in 1972 was het wisselgeld in Italië op, geen briefjes van 500 en 1000 lire meer en zeker geen munten van 100 of 200 lire. Wat nu?

 De oplossing was vaak snoepjes. Je kreeg toffees of verpakte caramels terug als je met papiergeld betaalde. Briefjes van 1000 lire waren het schaarse betaalmiddel ook voor de benzineautomaten, waarvoor ze helaas meestal te verkreukeld waren.

 Toen er een processie onder m'n raam voorbij kwam zag ik waar dat van kwam. De priester die het heiligenbeeld begeleidde hield een stok met een spijker omhoog, waar vrome huisvrouwen vanaf hun balkons briefjes van 500 of 1000 op prikten.