Sound spill (3)

 Hoe begon het? De Italiaanse Futuristen zetten rond 1900 alles op losse schr­oev­en, ook in de muziek. Luigi Russolo (1885‑­1947), werkte met geluiden en lawaai.

 In de 19de eeuw, met de komst van de machines werd het lawaai geboren. Een nieuwe, onverwachte bron van plezier! Aldus deze voorloper van onder meer de klankpoezie en de popmuziek. Hier Russolo (links) en zijn assistent Piatti met een aantal met de hand bediende klankverwekkers met daaraan gekoppelde megafoons, de 'I­ntonarumori' (1913). Russolo kwam uit de schilderkunst via de poezie naar het geluid. Zijn eerste concert voor achttien 'I­ntonarumori' veroor­zaakte schandaal in Milaan (1914). Hij werkte met: gerommel, geloei, explosies, gekraak, geplons, gedre­un, geflu­it, gesis, gesnuif, gefluist­er, zoemen, gemompel, gegrom, gorgelen, gillen, kraken, rit­selen, zoemen, krassen. Hoe die geluiden tot stand kwamen is me niet duidelijk..

Verder produceerde hij geluid door het slaan op metaal, hout, huid, steen, aardewerk en de stemmen van dieren en mensen: roepen, schreeuwen, steunen, gillen, brullen, lachen, hijgen, snikken.  In 1914 gaf hij twaalf concerten in het Londense Coliseum. Nog in 1921 drie in Parijs met 27 'I­ntonarumori'. Ze werden gebruikt in stomme films en in composities van Maurice Ravel, Eric Satie en Stravi­nsky. Waar bleven de akoestische In­tonarumori?