Nu het voetballen weer begint even dit: Nederland-België is afgelopen. De jongens hebben thuis geluisterd - televisie is er nog niet. Na afloop stormen ze allemaal tegelijk de straat op. Er is een bal. En dan volgt de rolverdeling.
Japie roept meteen 'Ik ben Abe Lenstra.' En ik: 'Ik ben Cor van der Hart.' En zo door, tot heel het Nederlands elftal op straat staat en het wonder geschiedt: even zijn we die spelers echt, en spelen in oranje shirts voor denkbeeldige, juichende tribunes.
Acteren wordt niet voor niks spelen genoemd. Waarom, dat legt film- en theaterkenner Eric de Kuyper uit in zijn instructieve boek 'Het samenspel tussen Dr.Jekyll en Mr.Hyde'.
Waarin hij zich keert tegen manierisme. Het doen alsof. En pleit voor het opgaan van acteurs in een fictieve wereld.
De Kuyper beschrijft hoe zijn tante Jeannot hem voordeed hoe je naar het theater ging: het in een fauteuil in de zaal verzinken, de weg erheen door de straten van Brussel en de weg terug naar huis, heel het 'uitgaan' in al zijn facetten en lagen hoorde erbij.
Mij overkomt het nog regelmatig. Na de eerste keer 'The remains of the day' was ik de butler geworden, bewoog als Anthony Hopkins en kon alleen nog denken in termen als 'als het mevrouw niet ongelegen komt'.