Kunst en werkelijkheid. Altijd weer moet er iets 'onderzocht' worden, vaak wat die twee met elkaar te maken hebben. En dan - hou je vast - moet het 'schuren'.
Anders is het niet relevant. En dus probeert een curator performances al la Abramovic of Sophie Calle uit op het publiek in Stockholm.
Het begint onschuldig. Gruwelijke hoopjes symmetrische rotzooi a la herman de vries - onder een semi-diepzinnige, Stedelijk-achtige lichtreclametekst - worden opgezogen door de schoonmaker. Dat is op te vangen. Maar het moet wel binnen The Square blijven, waar het, zegt men, toegaat als in het leven, behalve dat het kunst is. En daarmee ongevaarlijk.
Helaas, het ontspoort. In de film The Square van Ruben Östlund stulpt het leven van alle kanten de kunst binnen zonder dat het de bedoeling is. Vooral langs de scheidslijn rijke snobs versus arme zwervers.
Een ingehuurde Hulk moet tijdens het galadiner van verkrachting van een deftige dame worden weerhouden. En de werkelijkheid komt pas echt binnen in de vorm van een arm jongetje dat van diefstal is beschuldigd na een performance in de openlucht. En aan wie de curator niet kan uitleggen dat het 'maar kunst was'. Een mooie paradox.
Een film overladen met bedoelingen.