Nooit heb ik met mijn vader gevochten. Hoewel de vijandschap alle dagen sluimerde. Onze oorlog was een koude, meest met woorden. We hebben elkaar - na de vroegste jaren - maar een paar keer aangeraakt. Nooit vriendelijk.
De 'draai om de oren' was een - zeldzame - vorm. Zijn hatelijke opmerkingen durf ik nog steeds niet te herhalen. Hij drukte zijn afschuw uit in laatdunkende opmerkingen over mijn uiterlijk en wat ik deed. We ontliepen elkaar. Mijn eerste vraag als ik uit school kwam was steevast ‘is ie thuis'. Als ie dat was ging ik buiten spelen.
In de film Starred up – wat duidt op de ‘promotie’ van jeugddetentie naar het echte gevang - van David McKenzie komen vader en zoon terecht in de zelfde 19de-eeuwse Engelse gevangenis. Daar wil de vader zijn gezag laten gelden, de zoon accepteert dat niet. Eerst bevecht hij zich met grof geweld een positie in de gevangenisgemeenschap, daarna komt de vader aan de beurt. Diens zwakke punt blijkt zijn 'vaderliefde'.
Ik moest dat allemaal met woorden doen. Afzeiken, alles in het nette. En toen - na een lange brouille - deed ik pogingen tot Wiedergutmachung. Mislukt. Hij was erger dan Neville Love uit de film, die zijn zoon wil behoeden voor levenslange gevangenschap net als hij.
Voor mijn eigen vader was er maar een vraag: 'wie is hier de baas'. Hij dus. Hij duldde alleen onderdanen. Wat dat betreft is Starred up een weliswaar ongehoord harde, maar ook romantische film.