Straatje

 Een groot deel van Nederland bestaat uit straatjes. Vooral met ongeveer 25 rijtjeshuizen aan beide kanten. Aan het eind van het straatje is een steegje waaraan schuurtjes liggen, vaak in gebruik als fietsenberging, vaker nog als rommelhok of kinder­domein, geschikt voor seksuele inwijding of geheime clubs.

 Aan de uiteinden van mijn straatje huisden de sekten. Aan de ene kant een kinderrijk gereformeerd gezin dat je op zondagen in het gelid naar hun kerk zag fietsen. Binnen een paar jaren was hun huis compleet veranderd. De kinderen hadden de benedenver­dieping overgenomen en omgebouwd in een repetitielokaal voor hun jazzclub. De geraniums waren weg, tussen de schuifdeuren stond het drumstel. Henk en Bert waren de ritmesectie van het trio Henk Alkema, een later bekende jazzpianist en componist. Waar waren de ouders gebleven? Ik denk boven. Je zag ze nooit meer. De kerkgang was afgeschaft. Henk ontmoette ik tijdens een straat­vechtpartij. 'Ben ie een Fries of een Ollander' blies hij in m'n oor. Ik gaf niet toe.

 Er waren meer gereformeerden. Bij de familie Van der Wiel kwam ik wel over huis. Ze hadden geen radio - tv bestond nog niet - en er werd veel gezongen door de dochters. Een vrolijk gezin. Halverwege de andere kant woonde de familie van dominee Viss­er, die in z'n huiskamer zondags preekte voor een gehoor van oude dames, waarvan een deel aan de overkant woonde op een verdieping.

 Wij jongens wisten er wel raad mee. Tijdens de met harmonium begeleide diensten zaten we op het tuinhek en keken vrijmoedig naar binnen. Met Jaapje Visser, die ons wilde verdrijven heb ik ook nog moeten vechten.

 Gewone mensen woonden er ook in het straatje, zoals de latere geleerde Gerard 't Hooft, die nooit mocht buitenspelen.

 In het laatste huis voor de hoek woonde een groot katholiek gezin. De jongens voetbalden bij het katholieke LenS, Lenig en Snel, lichtblauw met wit.