Struikgewas

 De straat en het struikgewas, als de titel van Armando. De bosrand als bij A.Alberts. Anouk Griffioen raakt ze in haar tekeningen allemaal aan.

 Je verbergen. Zien zonder gezien te worden. 

 Struikgewas is het zomerse opschot onder de bomen van planten en struiken. Waar alles door elkaar groeit. En eindeloos variërende vormen aanneemt.  Je vindt de fascinatie met het gebladerte al in de schilderkunst van de renaissance.  Juist nu kijken we naar de foliages van Hercules Seghers.

 Anouk Griffioen lijkt geobsedeerd door het spel van zichtbaar-onzichtbaar. Ze kent heel precies de texturen van wat groeit. Geeft ze weer in houtskool op grote formaten. Alsof ze zich er doorheen worstelt.

 Het kind is in dit struikgewas nooit ver weg.

 Je kunt er verstoppertje spelen zoals het dochtertje van Anouk doet, temidden van bosschages. Een in een lichtende kubus geprojecteerde animatie.

 Een huppelend klein meisje dat zich nu eens laat zien, dan weer wegkruipt.

 Dat meisje danst binnenin een met beeld beprojecteerde kubus, een onbegrijpelijk ingenieus werkstuk dat bestaat uit zes schermpjes.

 Griffioens grootste tekening strekt over 18 meter, panoramisch. Een andere wordt in drie dimensies geprojecteerd. Er klinken stemmen. Kortom haar tekeningen komen tot leven.

 Ze zijn te zien in het Rotterdamse TENT, in de Witte de Withstraat. Die daarmee een 'uitvergrote kijkdoos' is geworden. zegt ze.