Stuk

 Nooit vergeet ik hoe de koekoeksklok van mijn schoonvader kapot ging. De klok hing goed zichtbaar in de huiskamer. Hij liep als regel steeds iets voor en moest dan gelijk gezet worden. Er stond een potloodstreepje op de wijzerplaat waar­heen de grote wijzer elk etmaal verschoven moest worden.

 Op een dag als deze stond hij opeens helemaal stil. De woorden 'stuk' en 'kapot' vielen. Zijn reactie was zo menselijk als het maar kon. Hij ze: 'Maar hij heeft het toch altijd goed gedaan.' Een plotselinge verandering van een vertrouwde, lang bes­taande toestand is onverdraaglijk. Gisteren had het mailprogramma van mijn computer iets der­gelijks. Altijd goed gedaan en nu foutmeldingen.

 Kapot. Ik zoek op en vind: 'Kapot betekent dat een voorwerp in stukken uiteen is gevallen of niet meer functioneert zoals het normaal had moeten doen. Vaak is reparatie nog mogelijk, maar soms zijn de kosten hoger dan de prijs van een nieuw exempla­ar. Men spreekt dan van total loss.'

 Voorwerpen kunnen op verschillende manieren kapot gaan. Een ongeluk: door een samenloop van omstandigheden wordt een dusdanige kracht uitgeoefend op het voorwerp dat de struc­tuur ervan onomkeer­baar verandert waardoor het niet meer bruikbaar is voor het oorspronkelijke doel; Verslijten: het voorwerp wordt zo vaak gebruikt, dat het op den duur steeds verder beschadigd raakt; Aldus de uitleg van Jan Renkema. Ook over het verschil tussen kapot en stuk: 'Er is geen of een te subtiel verschil in betekenis. Er is wel verschil in gebruik.

 'Er zijn ook taalgebruikers die bij kapot eerder ook aan de figuurlijke betekenis van afgepeigerd of uitgeput denken zoals in Ik werk me kapot of Ik lach me kapot. Maar een vaas kan evengoed kapot als stuk zijn.

 Nu de andere zin: 'Kan het gemaakt?'