Tanizaki

 Junichiro Tanizaki (1886-1965) was mijn eerste Japanse schrijver. Wat me in zijn boeken aantrok? Misschien de heldere afstandelijkheid, gedistancieerdheid. Terwijl het toch over heel nabije onderwerpen ging.

 Het eerste boek was 'De sleutel' (1956). Waarin de hoofdpersoon ziek wordt en zowel hij als zijn vrouw een dagboek bijhouden:

 'De laatste tien jaren ben ik een zwakkeling geweest, niet opgewassen tegen mijn vrouw. Maar daarin is sinds kort verandering gekomen. In het begin van dit jaar heb ik het verrassend opwekkende middel dat 'Kimura' heet, leren gebruiken en bovendien nog de toverdrank cognac ontdekt, en op het ogenblik verheug ik mij in een wonderbaarlijk sterke en gezonde mannelijkheid. Bovendien heb ik professor Aiba geraadpleegd over de vraag hoe ik mijn krachten kan hernieuwen, en ik krijg nu iedere maand een hormooninjectie. Dat lijkt mij echter niet voldoend en daarom neem ik om de drie, vier dagen een injectie van 5000 eenheden van een bijzonder effectief hypofysehormoon. (Deze injecties geef ik mij zelf, buiten medeweten van professor Aiba).'

 Het werkt! Maar dan komen in het boek de gevolgen van de zelfmedicatie: duizeligheid, verlies van evenwicht:

 'Ik weet weliswaar niet waar de zenuwen lopen die voor het evenwicht zorgen, maar ik heb altijd een vreemd gevoel in mijn achterhoofd, recht boven mijn ruggegraat, alsof daar een holle ruimte is ontstaan, en het lijkt alsof mijn lichaam zich om deze plek in zijwaartse richting draait.'

 En dan de vergeetachtigheid.