Een pomp van een Duitse onderneming die in het hele land opereert. Dat moet wel ARAL zijn. Deze is nabij Karlsruhe. Voor een Hollandse jongen een ideale plek om te leren hoe de wereld werkelijk in elkaar zit.
De Tankstelle, het kloppend hart van de wijde omgeving, en de kern ervan: de toiletten, waar onze held en zijn vrienden werken.
Auke van Stralen schreef de roman Tankstelle. Een krimi, dat ook, maar zijn techniek doet aan Anton Valens denken. De Nederlandse employé Douwe doorziet het fooiengedrag: hoe later op de dag, hoe meer er op het schotelje valt, in het weekend weer meer dan doordeweek. En een schoteltje is berekenbaar beter dan een blikje waar mensen al snel buitenlands geld, knopen of koffiemuntjes in gooien.
De wetten van Douwe: "Wie geeft wil gezien worden, wie graait niet. Geld trekt geld. Laat dus altijd wat op je schoteltje liggen, maar niet teveel, dan vlakt de kromme af. Gouden regel: 'Pis fris'. Een ogenschijnlijk schone ruimte levert een kwart meer op."
Het laat Douwe niet onberoerd: 'Ik ben daardoor anders gaan pissen in openbare toiletten. Tegenwoordig dep ik, waar ik ook pis, de vloeren en zelfs de bespatte porseleinen rand met een prop toiletpapier schoon en laat geen sporen meer na. Dat doe ik trouwens nergens, sporen nalaten.'
En vanaf die zin ontpopt Tankstelle zich als een krimi. En blijkt de Tankstelle trefplaats van de Audi's van de onderwereld.