Temperamenten

 Het nieuwe, verbazingwekkende nummer van het tijdschrift Kunstschrift gaat over 'de vier temperamen­ten', die de mensheid sinds Hippocrates verdeelde in san­guinici, flegmatici, melancholici en cholerici.

 Sinds dit Kunstschrift kijk ik anders naar oude portretten. Typische flegmatici of melancholici pik je er zo uit. En de vraag rijst of we er sinds Freud en Jung zo op zijn vooruit­gegaan? Karak­ter­typen? Tegenwoor­dig ben je een typische Aspe­rger, een ADHD-er of een Schizo. En depres­sief is ieder­een. Mensen plakken graag etiketten. Maar daar zijn modes in. Eens hadden we hysterici. Ik mis ze.

 De temperamenten en hun werking - wat moet je eten, wanneer heb je een aderlating nodig - brachten me naar Kubricks film Dr. Strangelove. De onver­getelijke scène waarin Sterling Hayden als van com­munistenangst gek gewor­den generaal uiteen­zet waar die commies op uit zijn: 'Our precious bodily fluid­s'.

 Humor betekent vocht. En daarover ging het eeuwenlang in de geneeskunde, de kunst, de wetenschap: onze lichaamssappen, bloed, slijm, gele en zwarte gal (welke laatste nooit is aangetroffen). En die opgewonden meneer Wilders? Typische cholericus, lichtgeraakt, teveel gele gal, mag geen hete saus eten. Het is hardnekkig, Rudolf Steiner wist er raad mee. En straks komt Happinez wel met een zwarte gal-recept.