De toekomst is iets voor kinderen. Ontdekte ik in Leiden bij de expositie 'Utopia 1900-1940'. De eerste keer dat ik hem meemaakte was met mijn oom Bob, die met zijn Sunbeam dwars door het Rotterdamse Groothandelsgebouw heen reed.
Eerst een oprit naar de eerste verdieping, dan een aanloop over bruggen en zo het gebouw binnen. Later zag ik in de film Metropolis (1927) een hele stad met fly-overs en privé vliegtuigjes tussen wolkenkrabbers. En herkende: de toekomst. Wat in Leiden te zien is gaat - ongewild - hierover. Wat historische toekomstbedenkers als de expressionisten en de constructivisten in 1900-1940 verzonnen werd na 1960 weer moeiteloos opgepakt door twee stromingen die het minstens zo oneens waren: hippies en linkse studenten.
Op het podium van het Amsterdamse Paradiso was het vaak 1919. Beschilderde naakte lichamen of de grap-robots van Roger Spear uit de Bonzo Dog Band. Ze wisten nauwelijks dat het allemaal eerder al eens gedaan was. Net zomin als mijn buurman Jacob Jutte, in 1967 oprichter van de arbeidersraad van Groot Wittenburg.
De seksuele revolutie? In de ateliers van Ernst Ludwig Kirchner en zijn vrienden was die in 1914 al volop gaande. Al keek de meester soms even op van zijn seks, verklaarde hij, om een schets te maken. Om over de constructivisten, die naïeve hulpjes van Lenin en Stalin, die zo goed wisten wat goed voor ons was maar te zwijgen.
Hoe lang zal het nog duren voor de laatste Rietveldstoel in een container verdwijnt? Morgen in de Avonden meer.