Tram op het Binnenhof

 Naar de tramschilderijen van Breitner, de paardentrams die wachten op de Dam blijf ik eindeloos kijken. Breitner kende de paarden bij naam. In Den Haag had je geen tramschilder. Toch reden er trams door de poortjes van het Binnenhof.

 Zelfs een stoomt­ram reed er. En het Plein was tot 1924, net als de Dam, het eerste elektrische tram-knoop­punt van de stad. 

 Korte tijd reden paardentrams en elektrische gelijktijdig over het Binn­enhof. De overgangsjaren lagen rond 1905. Het duurde ook nog voor de elektrische HTM-trams het Binnenhof over mochten. Er werden vragen in de Tweede Kamer gesteld. Men vreesde dat ze de ambtenaren zouden storen in hun werk.

 De trams konden eerst niet door de poortjes. Daartoe werden  motorwagens verbouwd tot 'Laagdakkers'. Ze konden hun beugels laten zakken en dan ging het net.

 In 1906 trad bovendien de Motor- en Rijwielwet in werking. waarmee voor het eerst rechtshouden in het verkeer verplicht werd. Voor die tijd reed men waar het zo uitkwam. De tram was een obstakel, veel ongelukken. Het publiek zag er vaak een aantasting van de persoonlijke vrijheid in. Wat mij doet denken aan de Amerikaanse wapenwetten.