Vorige week is mijn Keulse 'tante' Trudemarie gestorven. Ze was een ongetrouwde lerares aardrijkskunde in Keulen en had een broer die priester was. In Duitsland ben je Evangelisch of Katholisch.
Eens zag ik haar grote ouderlijk huis aan de Klettenberggürtel. Kleine, vooroorlogse ramen in een duistere erker. Ze had ons gezin daar te eten gevraagd. Dat kon omdat haar gevreesde ouders er niet waren. En daar verscheen een Duitse pronkmaaltijd zoals ik nooit had gezien. De oorlog was aan dit huis voorbijgegaan. Het kristal en porselein ongebroken. Vooral de groenige glazen Rijnwijn fonkelden dat het een aard had. Trudchen verscheen op haar paasbest en diende een reerug op, waar dure zilveren vleesvorken in staken.
Zo was het hier voor de oorlog dus geweest. Een dag later zag ik het gerestaureerde klooster Maria Laach en de Nürburgring.
Alle overschietende, vele tijd las ik in de boekjes van Reinhold das Nashorn uit de kinderkrant van de Stern.
Een neushoorn kan grappig zijn, in Duitsland.