Turks hout

 Kemal en Cemal, twee broers in het ouderlijk houten huis in het Zwarte Zeegebied, die leven van de houtkap. Er komt een vrouw bij, volgt broederlijke jaloezie. Waar het om draait is hout, het blokhutachtige huis, de deure­n, de bedden, het maken van vuur.

 Je ruikt de doorgestikte dekens, het beddegoed. De theepot. De duisternis binnen, de sparren buiten. Dat alles het nam me mee naar de Ardennen, die immers overal zijn.

 De houtprijzen zijn alweer gedaald. Wat moet je er van zeggen? De broers praten nauwelijks. Na een vraag duurt het lang voor iemand antwoordt. De mooiste rol is een zwijgende, die van een reusachtige, vervaarlijke herdershond.

 Die de vrouw Nalan aanvalt als ze er net is en door Kemal wordt afgetuigd. Waarna Cemal hem zegt dat je dieren niet mag slaan. Dat is een zonde. Hij is ook degeen die geen van de dieren in en om het huis wil eten. Geen kip dus. Maar eieren eet hij wel. Daar komt discussie van. Het enige diepgaande gesprek tussen de broers dat regisseur Tunc Davut in ‘Entanglement’ toelaat gaat over kip en ei.

 De Turkse cinema laat zich zien tijdens het Rode Tulp-festival in zes steden.

 En ik droom terug naar de Ardennen, naar de Moulin du Rui van Monsieur Fontaine, volgestouwd met voorouderlijke spiegelka­sten en lits-jumeaux. Die je nooit zonder zijn geweer zag. En die je 's ochtends wekte met knetterend vuur. Als het hout goed brandde kwam daar een briket bovenop. 'Ca tient le feu.'