Staren doe ik nu meer dan ooit. Het laten gaan van de blik zonder plan of doel. Waar ie maar heen wil.
Dat kan net zo goedn dame zijn die het kabelslot van haar fiets op een heel eigen manier bevestigt als een vogel die op zoek is, maar naar wat? Je kijkt, maar eigenlijk niet. Naar een inparkerende automobilist kijk ik ook graag.
Verzinken, wegdromen. De blik op oneindig. Ik werd er vaak om berispt. Mijn mond ging openhangen.
Mijn vader merkte op dat ik er uitzag als een imbeciel. Soms vlak voor mijn gezicht hard in z'n handen klapte. Het valt sommige mensen soms zwaar een ander zo n eigen gedachtewereld te gunnen waar ze geen toegang toe hebben. Belangrijk lijkt me ook het zich onbespied wanen. De wereld even vergeten zijn.
De 'afwezige' blik zie je op zeldzame schilderijen. Een vrouw in een kamer. Kijkt ze? Maar waarnaar? Haar gedachten zijn bij iets anders. Dit is van Rex Whistler (1905-1944).
Kun je kijken en denken tegelijk? Bestaat een onbewust 'kijkdenken'? Zeker en vast.