IJdelheid der ijdelheden. Gedenk te sterven. Vanitas, een onuitroeibaar thema in de kunst. En nooit heb ik er iets van begrepen. Over mij hoeft niemand zich zorgen te maken, er gaat geen dag voorbij of ik denk aan de dood. Wie niet?
Sinds jaar en dag gooien kunstenaars je met doodskoppen om de oren. Vanmiddag in het Haags Gemeentemuseum weer. De gediamanteerde schedel van Damien Hirst - ja, hij is 'gefascineerd door de dood', dat onding heet zelfs 'For the love of god' en niet voor de grap - in grote tableaus afgewisseld met vlinders nota bene. Ja de vlinder dat is Psyche, de ziel. Verderop, bij tekenwerk uit WOI ontbraken schedels evenmin. Machteloosheid van kunst tegenover de dood.
Waar komen nu toch altijd weer die doodskoppen vandaan. Waren er in de Gouden Eeuw dan zoveel rijken die zo'n doek bestelden om in hun salons te hangen? Om hun sterfelijkheid niet te vergeten? En konden Raoul Hynckes en Wim Schumacher in de jaren '30 echt niks anders verzinnen om hun angst uit te beelden?
Crematie, heus, dat is de oplossing. Verlost ons van een zee aan kitsch. Toen in 1991 de kist van mijn vriend Johnny van Doorn door het luik omlaag zakte naar de oven liep iedereen decent weg. Behalve Maarten Biesheuvel. Die kwam naar voren, boog zich voorover en keek geïnteresseerd in de diepte, zeggende 'ja, dat wou ik weleens zien'