‘How to disappear completely’ heet de tentoonstelling in de Rotterdamse kunstzaal Garage. Yasmijn Jarram gaf veertien kunstenaars dat thema mee. Ik wil vlug gaan kijken.
Haar introductie: 'Iedereen kent de behoefte zich te onttrekken aan de alledaagse realiteit, waarin alles een vaste vorm en plaats heeft. De wens te vluchten in een denkbeeldige wereld, op te gaan in een groter geheel of los te komen van je eigen geest of gedaante. Het idee te verdwijnen spreekt universeel tot de verbeelding.'
Het angstbeeld herken ik. Ze schrijft: 'De digitale 'broodkruimels' die we achterlaten tijdens online omzwervingen zweven voorgoed rond in een oncontroleerbare wirwar van structuren.'
Immers, in een tijd van wanhoop heb ik als scholier precies dit uitgedacht. Ik wilde er niet meer zijn. Het bleek lastiger dan ik dacht.
Wat zich ontvouwde was een thriller. Zelf moest ik onvindbaar weg. Moeilijk maar oplosbaar. Het zoeken zou worden opgegeven. Een goed voorbeeld was Bas Jan Ader, die wegvoer en niet meer terugkeerde. Maar wat hij naliet was het tegendeel van verdwijnen. Hij is nu aanweziger dan ooit.
Nee, niet alleen ik zelf maar ook alle herinnering aan mij zou moeten verdwijnen. Ook wie mij kende zou moeten verdwijnen.
Hier begint de thriller. Als er een leraar Schei- en Natuurkunde verongelukt, en een klasgenoot, en een voetbaltrainer. Het eind is zoek. Dan komt een politie-inspecteur in actie. Hij ontdekt dat uit de registers van het gymnasium een leerling verdwenen is, alle klassenfoto’s waar hij op staat, alle rapporten zijn weg. Zou er een verband zijn?
Het lijkt op de film Kind Hearts and Coronets waarin Alec Guinness alle erfgenamen voor hem van het voorouderlijk bezit laat verongelukken. En door de mand valt.
Ik kwam er niet uit. Niets bleek opvallender dan verdwijnen.
Op naar Rotterdam.