Vorsten, vorstinnen, paleizen. Onuitroeibaar de hunkering. Wie droomde zich niet ooit eens een koningskind dat per ongeluk in een burgergezin opgroeide? Verweesd zijn de volken die hun vorsten verloren.
Duitsland had er veel. Wat van ze rest wordt peperduur opgepoetst, van Potsdam tot Dresden. Om het vorstelijk Duitsland hangt een tomeloze nostalgie. Zo zag ik het grootste en mooiste Federbett van Duitsland. Het staat in Schloss Moritzburg bij Dresden en hoorde toe aan August der Starke, de legendarische vorst van Saksen en koning van Polen, tot vandaag bekend om zijn potentie en talloze nazaten.
De hele slaapkamer, bekleding en bed, is uit echte vogelveren gemaakt. August begreep zijn rol. Hij speelde een zelfbedachte sprookjesfiguur. De hele kamer is nu gerestaureerd, want insecten en schimmels hadden zich gevestigd in de miljoen kleurige veren van fazanten, patrijzen en zo door, waaruit het interieur in 1720 gemaakt was. Veer na veer gereinigd en weer vervlochten naar het oerontwerp.
Alleen al in een kwast van het hemelbed zitten 50.000 veertjes. Waarom? Om eer te bewijzen aan dromen. Ik zag wel meteen, dit bed ligt niet lekker. August ontving hier hooguit gasten.
De rechtvaardiging van macht zit in de voorstelling. August leefde voor het vertoon, net als machthebbers van nu, maar die doen het stiekem. Bij hem zat zijn maîtresse naast zijn echtgenote. Hij onderhield openlijk een harem van de mooiste Saksische meisjes. Het verhaal zegt dat hij 354 kinderen verwekte.
Gedenkwaardig was zijn 48ste verjaardag, hier op het slot in 1718: een geheel verlichte tuin met in de hoeken kabinetten voor wat de 'stille genoegens' heette, waarna het 'grote bezuipen' volgde, en ook daarin ging hij voor.
Zo zou een Koningsdag toch moeten zijn. Het zou onze televisie zoveel vrolijker maken. Als je Opstelten een pruik opzet komt ie al aardig in de buurt van August.