'Wat ben ik meer dan stilte', heet het bundeltje 'spookverhalen' uit vele landen die Roos van Rijswijk hervertelde. Ze begint dicht bij huis:
'Jaren geleden vertelde een van mijn oma's, een nuchtere Friezin zonder neiging tot religiositeit of griezelen, dat ze op een nacht de buurman in haar gang tegen was gekomen. De volgende dag kwam ze erachter dat dit onmogelijk was: hij bleek die nacht te zijn overleden.' En dit komt uit Seoul, Zuid-Korea (2000). Als in veel verhalen verbeeldt de hoofdpersoon zich ook hier dat hij dood is. Het eindigt zo:
'Ik ben een dode man. Ik ben gelukkig.
Geen familie zat er rond mijn nest, de
zusters moesten extra lopen.
Ik was een rijk en moeilijk mens. Ze liepen rond, rond terwijl om hen heen de doden slopen.
En nu ik: rondom, rondom de ether-eeuwigheid.
De fenolfinale, het lysol- en alcoholnirwana.
Het lichte doorschijnlijf zo oud als bij verlaten.
Een spookzak medicijnen zet de achtervolging in.
Ik ben hier niet alleen gestorven; traag word ik met de anderen vervlochten.'
Het boekje verscheen bij de Van Eyk-academie in de reeks Schemerschijn. Ik weet iets van die wereld, eens was ik er. waarover later meer.