Verlegen

 Of verlegenheid nog bestaat of een erkende kinderziekte is weet ik niet. Ik hoorde het woord voor het eerst toen mijn vader uit Indië teruggekeerd was en zijn zoontje aanschouwde 'Dat kind is ziekelijk verlegen,' luidde zijn oordeel.

 Niet dat hij probeerde het kind op zijn gemak te stellen, het vertrouwen van het kind te winnen. Verlegenheid was een pijnlijke, ongene­eslijke kwaal. Mijn moeder wist er ook geen raad me. Ze was zelf verlegen en trok zich zoveel mogelijk uit gezelschappen terug. Dat vertelde ze me.

 Mijn eerste remedie was wegkruipen, me verstoppen. Met de illusie dat ik dan onzichtbaar zou zijn. Werd ik toch gevonden dan bloosde ik zo hevig dat iedereen lachte. Blozen kun je niet tegenhouden.

 Of verlegenheid nog bestaat? Zeker en blozen ook. Ik ken de tekenen. En ook het pogen hem te verbergen.

 Hoe ik mijn verlegenheid overwon? Voor een jongen zit er weinig anders op dan alle nederlagen die je dagelijks lijdt te verbloemen, te overstemmen met vertoon van flinkheid. Tot je op een dag toch weer door de mand valt.