Vervlogen geuren

 Geurschrijvers zijn zeldzaam. Zoals er weinig geurmensen zijn. Specialisten in wijn of parfum verdienen veel. Je kunt tegen aan ander, man of vrouw ook moeilijk zeggen 'mag ik eens aan je ruiken'. En op een afstandje vervliegt het bouquet.

 Toch lees ik dat partnerkeuze vaak uit geur voortkomt. Je kunt een geur alleen bij benadering beschrijven, door vergelijkingen. Een vleugje nootmuskaat, wat vanille, een pietsje fietsbinnenband.

 Het boek (en de ernaar gemaakte film) 'Het parfum' van Patrick Süskind vertelt hoe geur hele volksstammen kan brengen tot bezetenheid. Dat boek raakte mij doordat op mijn elfde jaar mijn amandelen 'geknipt' zijn. Pijnlijk. Maar het wonder dat daarna gebeurde vergeet ik nooit: ik rook opeens alles. En dat was lang niet altijd prettig. Kwam ik thuis uit school dan rook ik meteen dat er bezoek was en ook wie. Het onbeschrijflijke scala aan geuren dat een oude tante het huis binnenbracht! Als ik over straat ging was ik louter neus. Mijn oom Bob, die piloot was, parfumeerde zijn pochet met wat druppels vliegtuigbenzine en beweerde dat dat vrouwen aantrok.

 Steeds lees ik stukjes Colette uit 'De eerste keer dat ik mijn hoed verloor', zo mooi vertaald door Kiki Coumans. Dit uit 'Herinnering van een geur'. Waarin ze beschrijft hoe ze steeds terugkeert naar een braakliggend terrein in Passy, naar 'een heel precies, onzichtbaar punt waar die geur opsteeg... Eerst en beetje fruitig, en vervolgens kwam er reseda vrij die door het miniemste vleugje wind werd meegevoerd... Maar welke autoriteit kan het parfum van de reseda vastleggen, al was het maar op haar eigen bloem, op die karakterloze gele toefjes? Reseda was de geur van een tijdperk. Een ragfijn draadje verbond haar met het viooltje, en samen verloren ze hun zwakke geur, die onze moeders heel chic vonden…'.