Vieren?

Wanneer  het begrip ‘vakantie vieren’ onze taal is binnengekomen weet ik niet. Het begon met e auto ‘s. Opeens konden gezinnen naar een buitenland. Bij mij thuis met de Alpenkreuzer, pas geleden uit productie genomen.

Zo handig dat het niet meer handig was. Maar ik zou hem samen met mijn broer  – mijn vader stak geen poot uit - zo weer kunnen opzetten.

Het ging erom op de achterruit plakplaatjes van de Grossglockner te hebben bij terugkomst

Dat vieren bestond nog niet. Vakantie was zwoegen. Hoe kreeg je het deksel ,  dat tevens als bodemplaat diende voor de uitklapbare kampeerwagen op  een min of meer vlakke

ondergrond , met wat keien en wiebelde de uitklapkeuken niet meer  dan kon je eten.

Alles was handig! In- en uitklapbaar. Nu nog een tank Camping Gaz bij een dealer uit de Campingids.

Uitgeput viel je daarna in bed. Vakantie vieren! Onze overburen gingen naar Gerardmer. Weken werd er over gesproken tot de straat ze uitwuifde. Maar na twee dagen stond hun Ford Consul  weer in de straat.

‘Er was niks aan!’ Verstandige mensen, die niet wilden begrijpen dat vakantie betekende uitzitten