Vieren

 'Grune Versicheringskarte bitte?' moest de Duitse douanier gezegd hebben, En je vervolgens doorgewuifd hebben. Daarna begon het baksteen onderzoek.

 Want hoe vreemd, Duitse bakstenen waren anders net als in België. Van formaat, van kleur, van metselwerk. De ramen waren kleiner ook.

 Dit was het buitenland. Ik had de papieren moeten halen aan de Haagse Lekstraat, het kampeercarnet met aanhangsel voor de Alpenkreuzer. Nu kon beginnen wat tegenwoordig 'vakantievieren' heet. Op naar de eerste Romeinse dakpannen, ter hoogte van Valence. En de geëmailleerde reclame borden voor verf van Valentine en aperitifs als Du.. Dubon.. Dubonnet. Niet zonder storingen. Wij kinderen hielden ons stil. Het levensdoel van mijn moeder was immers mijn chaufferende vader 'zo veel mogelijk ergernis te besparen'.

 Maar bij Lausanne was het al zo ver. Langs het Meer van Geneve rijdend zag ik het, het Zwitserse spoorwegmuseum. Met ook de beroemde 'krokodil' waar mijn broer nooit over uitgepraat raakte. 'Kunnen we stoppen? Hier. Even maar.’

 Het antwoord van de lachende vader was voorspelbaar: 'Stoppen? Geen sprake van.' Ontroostbaar was mijn broer.