De Haagse zondagsschool waar ik naar toe gestuurd werd als mijn ouders uitsliepen of aan seks deden, werd gehouden in de nu gesloopte school aan de Dovenetelweg. Er was daar een attractie, die al snel weer verdween: het viltbord.
Waarmee het Bijbelverhaal in beeld gebracht wordt door vilten afbeeldingen uit de Schrift op een met vilt bespannen schoolbord te kleven.
De Kerst was eenvoudig: Jozef en Maria met het ezeltje en als vervolg Maria met het kindje.
Verder lag er van allerlei in de doos, van de oase met kamelen en palmbomen, en natuurlijk Jezus en een groep discipelen. De vilten achtergrond verbeeldde geel woestijnzand.
Wat het viltbord de das omdeed was de geringe kleefkracht van vilt op vilt.
Je wist dat vroeg of laat, midden in het verhaal de meest gebruikte figuur, Jezus natuurlijk, zou loslaten en op de grond vallen.
En het klasje 'Jezus valt juffrouw' zou roepen en hem zou oprapen. Hoe een vallende Heiland in het verhaal in te passen? Wie had hem te pakken?
Het bleef daarna stil in de klas.